Sprokkelwerk

20160116_130409

Sprokkelwerk, hoe je met je talenten geld verdient of:

hoe vele suikerzakjes samen ook de suikerpot vullen. Als je geen zin hebt dit hele verhaal te lezen, scroll door naar onderen: daar staan Belangrijke Vragen!

Vraag aan een aula vol ouders van pubers die op een cruciaal keuzepunt in hun opleiding gekomen zijn eens wie van hen nog doet waarvoor ze zijn opgeleid. Als een aarzelend derde deel van het publiek zijn/haar hand opsteekt is dat veel.

‘Tijdens de HAVO had ik geen idee wat ik wilde. Beroepskeuzetests stuurden me van de Kunstacademie naar de School voor Journalistiek en vandaar naar de Bibliotheekacademie. Dat laatste leek me wel wat, ik hield van lezen. En dan kon ik mooi een jaartje wachtlijst voor de School voor Journalistiek overbruggen. Maar na een jaar Bibliotheekacademie vond ik het eigenlijk wel leuk, had nieuwe vrienden en verkering. Dus ik bleef. De School voor de Journalistiek heb ik nooit van binnen gezien.’

Op de keuzeleeftijd is vaak al wel een beetje bekend waar je talenten liggen. Bak je niks van wiskunde, dan is de kans klein dat je kiest voor een Bèta opleiding. Hou je helemaal niet van koken, dan is een koksopleiding ook geen voor de hand liggende keuze. Was je altijd al met haar aan het friemelen, dan is de kappersopleiding echt iets voor jou. Maar wat als je nu naast al die overduidelijke eigenschappen nog onaangeboorde talenten hebt: talenten die pas op latere leeftijd tevoorschijn komen?

‘Ik ging aan het werk en maakte binnen enkele jaren carrière in het bibliotheekwerk. Voor ik het wist was ik filiaalhoofd van een wijk van meer dan 20 000 inwoners. Bovendien werd ik aangesteld als coördinator om de automatisering te begeleiden in alle vestigingen van die bibliotheek. Maar toen kreeg ik mijn eerste kind. Het was nog redelijk bijzonder in de jaren 80 als je dan bleef doorwerken. Ik deed dat ook, maar wilde toch wel graag minder werken omdat ik het opvoeden van kinderen ook als een belangrijke levenstaak zie. Na een jaar ging ik 20 uur aan het werk als Educatief medewerker. Dat hield ook evenementenorganisatie in: Open dagen, schrijversavonden, samenwerkingen met andere instellingen. Dat bleek me heel goed af te gaan. Veel schrijvers die daarvoor nog nooit echt voorleesavonden hadden gehouden, kwamen naar ons. Kees van Kooten, Freek de Jonge, Drs. P, Conny Palmen, ik heb ze allemaal de hand geschud (en een wijntje in geschonken).’

En zo kun je zelfs al vanaf je eerste baan op een weg komen die je helemaal niet had voorzien. Stel, het lukt niet werk te vinden in de branche waar je voor opgeleid bent . In plaats van treurig af te gaan zitten wachten tot er wel een baantje vrij komt, ga je werken in de horeca. Je begint in de bediening en je merkt dat je dat eigenlijk heel leuk vindt. En omdat koken een hobby van je is, val je een keertje in in de keuken als er een kok ziek is. Je talent wordt onmiddellijk opgemerkt door een ervaren medewerker en voor je het weet sta je vijf dagen in de week gerechten te maken en te bedenken. En dan zou het zelfs zo maar kunnen dat je op een dag je eigen restaurant opent. Omdat je toch ook je horecapapieren maar even gehaald hebt.

‘Inmiddels schreef ik het personeelsblad vol, net als vroeger de diverse schoolkranten. Ook schreef ik verhalen en aanzetten daartoe. Af kwam het nooit: werk en gezin slokten al mijn tijd op. En ondertussen verbouwden man en ik een enorme stolpboerderij. In die boerderij was plaats genoeg. Samen zonnen we op mogelijk commerciële activiteiten die we daar zouden kunnen ontwikkelen. Een kinderdagverblijf? Maar ik hield niet zo van andere kinderen dan mijn eigen. Een ZolderTheater? Erg alternatief, dus waarschijnlijk weinig lucratief. Het kwartje viel toen ik een hobby-pakket kreeg om een poppenhuis te bouwen. Het bouwen, schilderen, behangen, dingen prutsen in het klein kreeg me helemaal in zijn greep: dat kon ik! Ik begon een winkel in poppenhuizen en miniaturen. En voor de zekerheid, want we hebben het natuurlijk over een niche markt, ook kraamcadeaus en peuterspeelgoed. Dat paste ook goed bij de levensfase waarin ik toen was.’

Ervan uitgaande, dat niets wat je doet voor niets is, is het helemaal geen probleem tijdens en na je opleiding heel veel verschillende werkervaring op te doen. Van kaas inpakken tot druiven plukken, van ploegendienst tot reisgids: overal steek je wat van op en wat het allerbelangrijkste is: je krijgt mensenkennis. En dat zal je altijd helpen, welk werk je ook op enig moment gaat doen.

‘Opeens was ik onderneemster. Ik kreeg daarbij met allerlei andere dingen te maken dan ik in de non-profitsector waar ik vandaan kwam. Dus dat ging best met vallen en opstaan. Ik werd zakelijk (min of meer). Ik leerde kosten en baten tegen elkaar afzetten.  Maar meer nog: ik kon mijn kinderen zien opgroeien en begeleiden naar volwassenheid en geweldig werk hebben, waar ik ook met heel veel verschillende mensen te maken had.’

Hoe rijk wil ik worden? Hoe ga ik mijn leven inrichten? Ga ik dingen doen omdat het moet, of omdat ik het wil? Ervan uitgaande dat het leven kort is en dat je het jezelf zo plezierig mogelijk wilt maken, zijn dat vragen die je jezelf moet stellen. Word je blij van veel geld verdienen? Dan moet je een manier zoeken waarop dat kan. Vind je het prettiger om naast een inkomen te generen meer tijd te hebben voor hobby’s en de mensen om je heen, probeer daar dan een mogelijkheid voor te vinden. Let wel, die mogelijkheid is er altijd. Je moet alleen niet gaan zitten en wachten tot het gebeurt. Je moet het altijd zelf doen!

‘Op het juiste moment besloten we onze verbouwde stolpboerderij te verkopen en te gaan verkassen naar de andere kant van het land, een langdurige wens van mij. We kochten er een klein landgoed voor terug: huis, diverse bijgebouwen, weiland, poel, boomgaard. Een manier van wonen die we ook ten gelde konden maken: een maand nadat we in ons huis getrokken waren was ik B&B Het Bakhuusje gestart. Dat liep van meet af aan als een trein. Na ruim een jaar opende ik ook een poppenhuizen- en miniaturenwinkel in Deventer. Dat liep helemaal niet, dus daar zette ik na twee jaar een punt achter, zonder ernstige gevolgen. Ongeveer in diezelfde periode werd ik gevraagd te gaan schrijven voor het tijdschrift Poppenhuizen & Miniaturen.  Een paar jaar later werd ik hoofdredacteur. En schreef ik columns en artikelen voor Naober en andere bladen, verscheen mijn eerste roman ‘Zeven dagen in juli’ en ging ik verhalen schrijven voor nog meer tijdschriften. Zo nu en dan verkoop ik op enkele beurzen mijn miniaturencollectie onder de naam BellJarMiniatures en inmiddels maak ik Minirama’s, een verhaal in een doosje.  En zo gebruik ik al mijn talenten, verdien er genoeg mee en heb ik een fantastisch leven.’

Ga dus gestaag door op de weg die je wilt inslaan en neem zo nu en dan een afslag. Misschien dat de dingen die langs die zijweg plaatsvinden ooit nog eens van pas komen. Wat zeg ik, misschien? Waarschijnlijk zeker. Alle ervaringen bij elkaar opgeteld brengen je waar je zijn wilt. En wat is er mooier dan van je eigen kracht te kunnen uitgaan en daar ook nog van te kunnen leven.

DUS: stel jezelf de volgende vragen:

  • De toekomst, hoe zie je die (ondanks al elkaar napraten over dat je ‘nu’ leeft en ‘nu’moet genieten mag je hopen dat je er over twintig, dertig veertig jaar nog bent?)
  • Is van je hobby je beroep maken een goed idee?
  • Is ‘je hart volgen’ dat ook?
  • Als je niets doet, gebeurt er ook niets
  • Onderzoeken wat de mogelijkheden zijn
  • Kruiwagens en Vitamine R
  • Je eigen waarde ‘bepalen’, hoe doe je dat?

Hulp nodig? mail me op info@destolp.com!

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML-tags en -attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>